Waarom emoticons (on)misbaar zijn

Haakje openen, 6, haakje sluiten. Er verschijnt een duiveltje op je scherm!

In 1982 was Scott Fahlman de eerste persoon die gebruik maakte van emoticons. Ruim voordat jij de sneltoetsen voor het engeltje of het blozende gezichtje beheerste. De emoticon is ontstaan om een gevoel of gemoedstoestand uit te drukken. Slechts één figuurtje om jouw gesprekspartner duidelijk te maken wat er in je omgaat.

Inmiddels zijn we dikwijls langer bezig de geschikte emoticon te zoeken dan met het typen van de tekst. In die enorme stroom van app- en mailverkeer zijn we bang voor miscommunicatie. Die knipoog of opgetrokken wenkbrauw maakt je tekst een stukje luchtiger. Soms moet je elkaars emojitaal wel eerst even leren kennen, want niet elk poppetje wordt door iedereen hetzelfde geïnterpreteerd.

De emoticon wordt aan de andere kant juist omschreven als een karikatuur van de werkelijkheid. Een kleine irritatie verandert in een bijna exploderend hoofd en een glimlach op je gezicht ontwikkelt zich tot schaterlach. In plaats van verhelderen kan een emoticon juist een gevoel van onbegrip creëren. Neemt mijn gesprekspartner me wel serieus?

En het liefst gebruiken we die emoji’s voor álles. Als we een mail naar een klant sturen zijn we zelfs geneigd er even een gezichtje aan toe te voegen. Dat staat immers toch wat vriendelijker. Kan dat? Laatst hoorde ik iemand zeggen: ‘Ik teken toch ook geen poppetjes naast de brieven die ik stuur?’ Emoticons brengen risico’s met zich mee. Niet iedereen leest ze op dezelfde manier, niet iedereen is ervan gediend en niet iedereen vindt ze passen in zakelijk e-mailverkeer. Het lijkt wellicht een open deur, maar gebruik ze alleen als je zeker weet dat je gesprekspartner ze kan waarderen. Dubbele punt, haakje sluiten…