Scrummen en voetballen, gaat dat samen?

Een gesprek met Romeo Franklin Kappel

Afgelopen mei zat ik zelf als cursist aan de scrum & agile tafel. Tijdens een korte koffiepauze raakte ik aan de praat met Romeo. Hij deelde met mij zijn visie op scrum en voetbal en de link die hij legde met zijn eigen trainingsmethodiek. Als trainer wijkt hij sterk af van de gebruikelijke KNVB-richtlijnen. Zijn eerste doel: het maken van een beter mens en daardoor eventueel een betere voetballer. Hij wil dat een speler ontdekt waar zijn ware talenten liggen.

Romeo is sinds twaalf jaar actief binnen de voetbalwereld. Zelden is hij het eens met de gehanteerde werkwijze rondom het trainen van voetballers. In dit interview lees je meer over de links die hij legt tussen zijn trainingsmethodiek en het scrum framework.

“Je wilt van de speler een beter mens maken.”

Werd je geïnspireerd door de scrum methodiek, of was scrum een bevestiging van wat je al deed?

Bij het lezen van de Scrum Guide zag ik overeenkomsten met een vorm van trainen die ik al jaren toepaste. Scrum is voor mij iets van alledag en iemand heeft de moeite genomen het op papier te zetten. De term transparantie waar de Scrum Guide over spreekt is niets meer dan duidelijkheid en dat is iets wat voor mij heel belangrijk is. Pas als je dezelfde definitie van een woord hebt en dezelfde Definition of Done kom je samen verder.

Als je zou moeten zeggen wat jouw training het meest kenmerkt, waar begin je dan mee?

In mijn training ligt de focus op persoonlijke ontwikkeling. Mensen met minder talent moeten de ruimte krijgen hun talent te ontwikkelen. Ik ben dus niet bezig met het ontwikkelen van een voetballer, maar met het ontwikkelen van talent. Ik ontwikkel als trainer geen positiespelers, maar ik train voetballers. Zonder totaalvoetballer heb je geen totaalvoetbal. Spelers moeten in iedere positie uit de voeten kunnen. Natuurlijk hebben ze een voorkeur, maar met deze methode wordt de kans om te spelen alleen maar groter. Een bijkomend voordeel is dat uitval minder problematisch is dan bij positiespelers.

“Ik kwam erachter dat de Scrumtheorie al jaren mijn manier van werken is.”

Wat doe je met de voorkeur die spelers of eventueel hun ouders hebben?

Spelers laat ik tijdens de eerste helft werken op een positie die ze niet van nature is gegeven. Ze worden moe en raken geïrriteerd. Ze moeten echt hard werken. In de tweede helft plaats ik ze op een positie die ze beter ligt, waardoor ze juist vloeiender gaan spelen. De irritatie uit de eerste helft geeft ze extra kracht.

Alles bespreek ik van tevoren met de spelers. In grote lijnen staat de werkwijze uiteengezet, maar het team levert de input. De spelers gaan in op de details en zo ontstaat team effort. Onenigheid blijft weg en iedereen kent z’n rol. De enige betrokkenen die mogelijk problemen ondervinden zijn de stakeholders, bijvoorbeeld de ouders. Zij vinden dat hun kind op een ‘verkeerde’ plek staat.

“Ik train voetballers, geen positiespelers.”

Je geeft aan de rollen uit het scrum framework terug te zien in voetbal. Hoe uit zich dit? En wat maakt deze rolverdeling waardevol binnen een voetbalsetting?

“Duidelijkheid. Rondom het voetbalveld zie je inderdaad de Scrum Master, Product Owner en het Development Team terug. In voetbal heeft iedereen z’n eigen rol en ook rollen die door elkaar heen lopen. We spreken over zelfsturende teams, want als coach kan je in het veld niks doen. In het veld staan als het ware elf leiders opgesteld.

Als trainer zoek je de zwakste schakel. Je zoekt uit wat de spelers beheersen en komt er snel achter wie de zwakste speler is en wat zijn zwaktes zijn. Vervolgens plaats je een maatje achter deze speler om vertrouwen te geven. Voetbal is echt een vertrouwenskwestie en daar is transparantie voor nodig.

Je moedigt spelers dus eigenlijk aan zelf mee te denken. Zij moeten het doen en zij geven aan hoe ze de wedstrijd het best aanpakken. Elke training of wedstrijd begint met een Daily Scrum. De rust tijdens een wedstrijd of training is het ideale refinement moment.”

Daar noem je al het eerste evaluatiemoment. Zie je de andere overlegmomenten ook terug? Kan je spreken over een sprint review en retrospective bij voetbal? En komen de stakeholders daarbij aan bod?

“Net als bij scrum kennen we een review en retrospective moment. Deze vinden beiden plaats na de training en zijn afhankelijk van het resultaat.
De review doe je buiten op het veld. Dit is het eerste evaluatiemoment na de training of wedstrijd. Er zijn ouders aanwezig, andere trainers, in ieder geval is er altijd wel iemand van buitenaf. Op dat moment reageren niet de spelers, maar slechts de trainers op de reactie van deze partijen. Je wil natuurlijk voorkomen dat spelers zich na de wedstrijd aangevallen voelen.
Uiteraard moet je kritiek toelaten om je backlog te vullen. Je wilt immers wel verbeteren.

Tijdens de retrospective komt aan de orde: we hebben getraind wat we moesten trainen, maar wat kan anders? Dit is het moment waarop spelers hun zegje kunnen doen en de wedstrijd geëvalueerd wordt. We kijken niet alleen naar de spelers, maar stellen ook de vraag wat we eventueel als trainer verkeerd doen of in ieder geval anders moeten aanpakken.”

En een sprint planning?

“Ja, je maakt een trainingsplanning. Daar geef je voor jezelf aan wat het belangrijkst en dus het meest urgent is om te trainen. Ik begin niet zoals gebruikelijk bij de opbouw, maar bij de verdediging. De tweede prioriteit is omschakelen. Bij balverlies weet je wat je moet doen. Direct naar je initiële taak.”

Merk je per sprint verschillende ‘sprint goals’?

“Je sprint goal is altijd het verbeteren van vaardigheden van zowel trainers als spelers. Hier ligt de basis. De overige sprint goals kunnen verschillen omdat je telkens iets anders traint. Soms train je op één of één verdediging: aanval, opbouw, omschakeling. Hetgeen je traint wordt tot in detail uitgeschreven en een deel wordt in je Sprint Backlog geplaatst.”

Gerelateerde berichten